zondag 22 januari 2012

Feedback geven, krijgen en vragen

Mensen aan wie wij, instructeurs en instructrices, les geven zijn levende wezens.

Geweldige individuen, die wij op weg mogen helpen in de jungle van het verkeer. Want een jungle is het inmiddels wel geworden, het lijkt alsmaar drukker te worden.Een krachtig instrument wat dagelijks door ons gebruikt wordt is feedback. Een leerling doet een handeling en wij 'vinden er iets van', gesteund door een rijprocedure, lesplan of handelingsanalyse.
Toch, als je feedback onder de loep neemt is het een instrument waarbij tussen zender en ontvanger een boodschap wordt verzonden. Ik noem met name EEN boodschap en niet de vorm. Die kan op verschillende manieren: verbaal, maar vaak non-verbaal en...in beide richtingen. Een instrument waar we uiterst zorgvuldig mee om moeten gaan en nog belangrijker: het is een geweldig lesinstrument!


Feedback is er de ander te laten weten hoe je elkaars gedrag ervaart. Niets meer, niets minder! Het is er om te sturen en te verbeteren.
Feedback is een beloning van de één aan de ander waarmee duidelijk word of het doel bereikt is.

Feedback is één van de beoordelingsaspecten van de praktijk begeleiding: in je les stem je af of de -van te voren afgesproken- doelstelling behaald is (gedrag leerling) en vraag je hoe de ander de les ervaren heeft (jouw gedrag). Belangrijk in dit kader is je te realiseren dat het geven van feedback dus begint bij de aanvang van de les en niet halverwege.

Feedback stimuleert, geeft duidelijkheid, corrigeert en zegt dus veel over de sociaal-emotionele relatie tussen jou en je leerling. Werken met een doelstelling vergemakkelijkt dus de samenwerking omdat je af kunt stemmen of het doel bereikt is.
Voorzichtigheid is ook geboden: een leerling heeft feilloos door wanneer feedback door jou onjuist of onvolledig door. Wellicht niet in woorden, maar het non- verbale aspect komt zeker over. Het is net een ijsberg: 95% ligt onder water en is niet zichtbaar.

Tips in dit kader zijn:
wat ZIE je ('wat is er?' i.p.v.' wat kijk je verdrietig')
Zeg hoe iets op JOU overkomt ('je zegt niets, toch twijfel ik of je het ermee eens bent' i.p.v. ' ik zie dat je het er niet mee eens bent')
gebruik de IK vorm ('ik vind het niet goed gaan' i.p.v. 'gaat niet zo goed hè')
Geef direct feedback (late feedback wordt vaak niet begrepen)
Geef fouten toe (non-verbaal heeft men het vaak door..)
Zeg wat iets met je DOET (bijvoorbeeld een situatie waarin een leerling iets zegt wat bij jou een vervelend gevoel geeft)
De applicatie door de KNMV aan KGI instructeurs ' lesgeven met handen en voeten' sluit perfect aan bij dit onderwerp.

Succes met het geven van feedback!

Met vriendelijke groet, Robert van der Kolk
E:robert@movica.nl

vrijdag 30 december 2011

Boodschap zonder waardeoordeel: 'doceren is doseren'

Lesgeven is een mooi vak. Het is mooi te constateren, dat het geven van les steeds meer gezien wordt als het begeleiden van mensen in het leerproces: coachen.

Coachen is een vaardigheid die de meesten van ons van nature bezitten. We willen immers niets liever dan onze kennis overbrengen op een ander. De één gaat dit gemakkelijker af dan de ander.

Coachen is één van de belangrijkste onderdelen van de beoordeling van de praktijkbeoordeling van het IBKI. Buiten dat is coachen een manier je te onderscheiden van andere rijscholen en collega's. Mooi in dit kader is een opmerking van Johan Postema die ooit tegen me zei: ' doceren is doseren' en dat vind ik een mooie uitspraak, want het is echt zo. Geinspireerd door de applicatie 'communiceren met handen en voeten' ben ik me in dit onderwerp gaan verdiepen. Ik wil mijn ervaringen graag met jullie delen.


Hoe vaak komt het niet voor, dat een leerling bij je terugkomt na de uitvoering van een oefening waarbij je vraagt: 'En, hoe ging het?'. De leerling zal al snel antwoorden 'goed!'.

Je kunt je hier als coach onderscheiden door geen genoegen te nemen met dit antwoord.

Er zijn natuurlijk meerdere wegen die naar Rome leiden. Hier een paar alternatieven:

Verbaal:

  Wat vond je precies goed gaan?

  Waren er zaken waar je minder tevreden over was?

  Als je deze uitvoering vergelijkt met de vorige, wat waren dan de verschillen?

  Als je de oefening zo meteen nog een keer uitvoert, wat ga je dan anders doen?

  Stel, dat je dit op de openbare weg uitvoert, hoe zal het andere verkeer hier op reageren?

Non-verbaal:

  Wat straalt de leerling uit als hij/zij bij je terugkomt ( denk aan zuchten, zweten, oogopslag, schouders)

  Hoe komt de motor tot stilstand: gehaast, slordig, netjes. Bewoord dit daarna, dit bied aanknopingspunten tot verbeteren!

Tips:

  Praat rustig(er), gebruik meer tijd voor de woorden

  Neem dezelfde houding aan als je leerling

  Als de leerling onrustig/ gespannen is neem dan de gespannen houding even over en buig deze gedurende het gesprek om in een rustigere

  Doe geen aannames, bijvoorbeeld:

  'zo, dat was een onrustige remming'  vs 'hoe voelde die remming' (de leerling zal snel toegeven dat de remming wat onrustig is, dit biedt aanknopingspunten om de leerling zelf het antwoord te laten geven wat er verbeterd kan worden

  'dat ging goed hè' vs 'wat vond je ervan' of ' hoe voelde dat' of ' tevreden?' ( met name perfectionistische mensen zijn niet snel tevreden, door gelijk het label 'goed' eraan te hangen is je oordeel minder 'betrouwbaar' )

  Wat zie je in de ogen :onrust, spanning, vermoeidheid, berusting, frustratie. Let op: benoem wat je ZIET, niet je conclusie want dat is een aanname (' wat kijk je boos' vs 'is er iets')

Succes met coachen! Tips en opmerkingen van jullie kant worden gewaardeerd!

Robert van der Kolk
E: robert@movica.nl